|
Maandag 29-11 t/m zondag 12-12-2010
Vanochtend, maandag de 6e december, was het overal spekglad. Vanochtend om 7.00 liep ik via de binnenstad naar m'n werk, en de trottoirs, de straten, het fietspad naast de Provinciale Weg en het bedrijventerrein Schepenwijk waren praktisch onbegaanbaar glad. Ook de doorgaande uitvalswegen van de binnenstad waren een ijsbaan. Het fietspad was feitelijk levensgevaarlijk, en ik zag nog een scootertje onderuit glijden. Zelf ben ik maar grotendeels door de grasberm gaan lopen, het was op grote stukken nauwelijks normaal te belopen. M'n collega's uit de omliggende gemeentes zeiden dat het in Enkhuizen erger was dan in hun gemeentes, daar was volgens hen beter of vroeger gestrooid. Of dat waar is weet ik niet natuurlijk, ik weet alleen dat het spekglad was waar ik langsgelopen ben.
Het is vreemd, maar ik heb een dierlijk instinctief raar en naar gevoel over de raadsvergadering van morgenavond. Een negatief gevoel, maar op een voor mij onbenoembare wijze. Vorige maand had ik dat ook, en dat bleek terecht te zijn. Niet dat de raadsvergadering in z'n uiterlijke vormgeving dan negatief is, maar wel de onderliggende daadwerkelijk gebeurende werkelijkheid die de realiteit is die niet-zichtbaar doch in velerlei cruciale opzichten wél-bepalend is. Maar wat betreft morgen is het gevoel nóg sterker, en mijn instinct (zoals ik het maar even benoem) zegt dat het morgen heel verrassend zou kunnen eindigen allemaal. Verrassend in een onprettige betekenis. Het gaat tegenwoordig in die werkelijke werkelijkheid niet om waar het om moet gaan, maar om iets anders. Datgene is niet waar ik ooit voor in de politiek gegaan ben, en iets waar ik me aan tracht te onttrekken. M'n immer beschouwende rol, zonder echte deelname aan de gebeurtenissen om me heen, slechts in de periferie aanwezig zijnde en gefascineerd kijkend en observerend, is wat ik wil met dit soort zaken.
De laatste tijd lijkt er wel een soort schisma te zijn in de wereld om me heen. Het is niet onder woorden te brengen, niet voor mij althans, maar ik neem het wel waar. Om het plastisch te verwoorden: het is alsof het zwarte rondje uit het yin-yangteken naar de zwarte komma verschuift en er deel van gaat worden, en het witte rondje uit dat teken vanuit de zwarte komma naar de witte komma opschuift en er deel van wordt. De twee komma's zijn steeds minder deel van elkaar, ze bevatten beiden steeds minder van de ander. Dat schisma, die scheuring, lijkt zich ook wel op één of andere manier mentaal te voltrekken in de mensen en de wereld om me heen. Het gaat door de groepen heen, door politieke stromingen heen, door mensen die je kent heen, en het is onvermijdelijk om je er buiten te houden. Die scheur loopt, en je staat automatisch aan één van de twee zijden van die scheur. Ononttrekbaar, zonder dat je dit wilt of kiest. Het voelt bijna als de stilte voor een soort oorlogsstorm, heel onwezenlijk. Er wordt volgens mij iets heel fundamenteels over het hoofd gezien, zo in het algemeen.
Maar als ik zo lees wat ik neertyp, dan zie ik dat ik totaal niet kan uitleggen wat ik bedoel en staat er een vage zooi. Wat ik wel kan uitleggen is dat ik in rap tempo m'n jaarlijkse snipverkoudenheid aan het oplopen ben. Ik hoop dat er geen oorontsteking bij komt, morgen uit werk maar direct neusdruppels halen. En anti-ontsteekzalf, vóórdat m'n bovenlip weer kapotgesnoten wordt en er zo'n herpes look-alike plek ontstaat!
Vorige week heb ik heel wat tijd aan de politiek en lokale politiek besteed; wat betreft m'n lokale politieke partij, en wat betreft m'n landelijke oriëntatie. Daarnaast is het ook nog druk op het werk, en moet ik nodig de papierberg door gaan werken die thuis op mijn eettafel opgestapeld ligt. Maar Sinterklaas met de meiden was leuk. We hadden alledrie ons best gedaan, en dat resulteerde in een gezellig avondje klazen met chocolademelk en slagroom, wat leuke kadootjes, en een blije ik om twee zulke geweldige meiden! Kinderen zijn leuk, en dat is wat het is.
Het was deze week, week 49 van maandag de 8e t/m vandaag zaterdag de 11e, weer druk. Dinsdag en woensdag hadden we 's avonds de raadsvergadering. Die was verdeeld over twee dagen door het grote aantal agendapunten en de lange behandeling ervan.
Volgens mij waren de klapstukken van de raadsvergadering in de ogen van de meesten wel de lokale heffingen en het parkeren. Over de lokale heffingen is nog ingesproken door de voorzitster van MKB-Enkhuizen. Dat ging over de OZB over niet-woningen, bedrijfspanden dus. Ze vond dat die buitenproportioneel stegen tov de omgeving en tov de wel-woningen. Maar gaande de vergadering zijn er over de heffingen in deze gemeente een aantal aanpassingen gedaan door de raad tov het door het college aanbevolen stuk, en ik denk dat er nu een evenwichtig voorstel is aangenomen. De notulen van die vergadering zullen op de site van [Enkhuizen] te vinden zijn als ze in de volgende raad bevestigd zijn, zodat alles na te lezen is. Ook is dat tegenwoordig te beluisteren op de site van onze stad, een goede service!
Wat betreft het parkeren zie ik de SP steeds merkwaardiger handelen. Die partij kwam nu in de raadsvergadering met een amendement waarin ze sec feitelijk voorstelden alles, maar dan ook werkelijk alles, terug te draaien wat er gedaan is. In mijn ogen is dat merkwaardig omdat de SP in beginsel zélf voor een vergunningensysteem is geweest, daar z'n aandeel in de discussies aan heeft geleverd dat óók in het huidige systeem in geïntegreerd, en uiteindelijk alleen maar tegen heeft gestemd om wat neerkomt op dat ze de prijs van een vergunning, 24 euro, te hoog vonden. Naar ik me herinner stelden ze zelf als schappelijke jaarprijs 10 euro voor. De tegenstem ging om 14 euro per jaar.... Maar het systeem an sich waren ze voor, hebben ze in mee bedacht en geconstrueerd, en feitelijk op de prijs van een vergunning na mee ingestemd.
Richting de verkiezingen zijn ze in de verkiezingsfurie zich gaan opstellen dat het systeem waar ze zelf vóór waren behalve de prijs, betaald parkeren was. In de wetenschap dat bij NE de meeste stemmen te halen waren, hebben ze zich op die partij geworpen als zijnde de vermeende bedenker van betaald parkeren, en stuurden een suggestief pamfletje rond met een betaalautomaat en een streep daardoor. Ze stelden dat het vergunningensysteem waar ze zelf an sich ook voor waren, wat ze zelfs ooit eerder zelfs zelf voorgesteld hebben, ineens betaald parkeren was. Contradictio in terminis, opportunisme ten top, en volledig tegengesteld aan het imagocredo van de SP dat het doel niét de middelen heiligt.
Het succes van deze aanpak met de verkiezingen smaakte uiteraard naar meer. In de wetenschap dat die aanpak nog lang niet uitgemolken is, profileert de SP zich nu als partij die tegen het systeem is dat ooit door henzelf als één der eersten is voorgesteld als oplossing voor het parkeren in Enkhuizen. Uiteraard is dan NE, waar nog veel stemmen zitten waarvan ze vinden dat die eigenlijk de SP toebehoren, in de lijn van de verkiezingen de boze genius. Dat zal komende tijd verder gaan vermoed ik. Daarbij wordt alle middelen ingezet. In Enkhuizen voornamelijk internet, met als één van de toppers op dit gebied (wat ik meen) de immer trouwe SP-internetlakei [Pimsep].
Nu, nadat de SP na de verkiezingsoverwinning de formatie dermate gefrustreerd had dat ze succesvol bestuursverantwoordelijkheid hebben weten te vermijden, zoals ook hun landelijke afdeling heeft kunnen doen in 2006 na een mega-overwinning, kunnen ze zonder ergens over ter verantwoording geroepen te worden, zich afzetten tegen wat er dan ook gebeurt. Vooral de nog lang niet uitgemolken parkeeritems in Enkhuizen uiteraard, het succes daarvan is gebleken tenslotte.
Het is een lijn die bij de SP hoort als je internet er op naleest. Verkiezingen winnen door afzetten tegen wat er dan ook aan actueels speelt in een gemeente, regio of land. Als het dan op besturen en verantwoordelijkheid dragen aankomt vangt iedereen bot, en weet die partij met groot succes de zaken dermate te draaien dat ze wederom in de oppositie terecht komen. Daarnee de kiezer letterlijk en feitelijk het nakijken gevend. Daarbij wordt er onophoudelijk (kracht van de herhaling!) geroepen dat degenen die niet te schijterig zijn om wethouders te leveren, die niet te schijterig zijn om iets te doen dat niet leuk overkomt, of om iets uit te voeren waar men minder populair van wordt, bestuursformaties zó gedraaid hebben dat de SP aan de kant gezet is. Door dit constant en steeds maar weer te herhalen tracht men die mythe in stand te houden, puur omdat dit noodzakelijk is voor het zorgvuldig opgebouwde imago van bij de samenleving betrokken partij. Zo ging het landelijk, zo ging het in Enkhuizen, en zo ging het in heel veel gemeentes. Maar verantwoordelijkheid wordt er uiteindelijk niet genomen. Hoe men het ook wendt of keert, hoe het ook "uitgelegd" wordt.
Sundag de 12e benne kammeraâd Petra, heur co en hullie klaintje Jasmientje tesamen met main naar Westwoud gaan. Deer waster ientje jarig weer ik oôit der's kodfadder van worre ben toentie boren was, en weer Petra toen tegelaikertaid kodmadder van worre war. Je hewwe den netuulek een verskrikkeleke verantwoôrdelekhaid, en den gane je alle jare naar zô'n joôsie toe. Vedaag wastie tien worre, en zuks is toch alder weer een heule leeftaid!
Aigelek wastie dinsdag al jareg, maar toen konne we niet. Petra het den der dinge te doen, en ik most naar de gemeenteraad toe. Nouw ik ut deer den toch over hew, wat main net pittug opviel deer in Westwoud was dat je der bedat overal pekeêre kon. We ware der met de auto hiengaan, en we konne dat ding deer metien kwait ôk. Zuks hoefe je hier bai oôs lang niet altaid te prebeêre, al valt ut op sundaâg den nag welderes mee. Dat pekeêrpraatje hier in de stad is al 'n pittug taidje puur zô'n drama ken ik wel zejgge. Ik weun nu al skoftug lang hier in West-Frieslaând, maar zolang ik der woône hewwe ze'n ut hier in de stad al over dat pekeêre had.
Vaifentwuntug jare eerder den nouw zaie ze al dat 't over vaif jaar moeilek pekeêre worre zouw, en vaiftien jare terug zaie ze zuks ôk al. Tien jare terug hewwe ze'n ut ôk weer zaid, en vaif jare terug hewwe ze 't nag deres zaid. Maar al die taid, al die vaifentwuntug jare lang, ken ik m'n auto al bedat overal pekeêre weer ik wil, behallefe den hier bai m'n voôr de deur. Meestal ken 't deer ôk wel, maar der ister ientje hier kome wone die 'n auto het die bedat zô groôt is as 'n bus. Un skoftug groôte wage gewoôn, en weer zuks allegaar voôr nôdug is vraag ik main aigen den ôk welderes af. Je hewwe hillegaar niks an zô'n groôte wage, behallefe den dat je je bure naggal pittug in de weg zit met zuks. Aigeluk ben je gewoôn 'n preleet as je zuks raie hier in 'n ouwe stad as weer wai allegaar woône. Maar ja, wie ben ik om zuks te kenne zejgge? De goeie God kent z'n knakkers stikke beter den dat ik 't allegaar wete ken.
Maar ze zejgge dus al vaifentwunteg jare dat we nover vaif jare nerreges meer pekeêre kenne omdat den iederien twei auto's het, maar deris nag hillegaar niks van waar worre. We hewwe gewoôn allieneg meer pekeêrplase noôdeg, en den an de rand van de stad plase voôr are gaste die oôs hier bezoeke komme.
Deer in Westwoud kenne ze bedat allegaar hoveral pekeêre, nerreges hewwe ze der deer moeilekhede mee. Maar deer woône den ôk allieneg Westwouders, en hillegaar niks aârs. Den ken 't allegaar pittug lang an. As we hier in oôse stad deres iederien deruit goôie die hier niet in de stad bore is, of van wie hullie ouders erreges aârs vedaan komme, den hewwe we hier ôk gien pekeêrprebleme meer. Maar den ken bedat iederien die ik ken wel de stad uitbonsjoerd worre, der benne der bar waineg die hullie bloed echt hier nag vedaan hewwe. Ik zellef ôk niet, ze gane main der den ôk uitgoôie! Allieneg omdat ik den 'n ouwe Gollef hew die ik erreges kwait wil!
Nouw, ik stop der maarderes weer mee. Genôg skreve weer allegaar. De winkels benne tegewoôrdeg ope op sundag, ik weet niet of de goeie God 't allegaar zô bedoeld het vroeger. Maar astie 't niet wille zouw, den hattie der wel een bliksempie op los late denk ik. En zuks is nag niet beurd tot op vedaag, dus 't ken wese dattie denkt dattet affetoe welderes makkelek wese ken as je wat vergete ben op zaterdag. Miskien istie zellef ôk welderes wat vergete, en stondtie toen voôr 'n dichte deur bai de winkel. Je kenne den wel God wese, maar de baas van de winkel is den toch de aigenaar en niet God. As die aigenaar den niet ope wese wil of as dat 't den niet mag van de gemeenteraad, ôk niet as God hemzellef voôr de deur staat, den ken 't welderes zô wese dat God den ôk denkt van: "Den maar ope die winkels op sundag. Altaid wat vergete kennen en den wachte moete tot maandagmiddag tot ze allegaar weer ope benne is toch ôk niet altaid eve makkelek."
Zô ziene je maar, God is bedat tog ôk net 'n mens affetoe. Maar we benne netuulek ôk doôr 'm maakt naar z'n aige evenbeeld, dus veul verskil zalder niet wese. Behallefe den dat hai veul meer ken den oôs, maar baas bove baas blaift toch zô. 't Is niet aars, zuks het je altaid wel.
Maar as God op sundag den ôk deres 'n keertje vesite het, en hai is op zaterdag den vergete koffie te hale bai Appie Hain of Deen, den hettie 'n prebleem. Hai ken den wel net as in de woestain weer ie 't manna het late regene op de Jode, hier in de stad 't koffie regene late, maar deer maaktie den gien vriende mee laikt men. Zô as dat ik bevoobeeld 'n auto hew die in naam wit is, ik zouwter niet blaid mee zain as den God besluite zouw deer nag deres vaifteg liter koffie overhien te regene late omdat hai vergete is koffie te kope op zaterdag. Kaik, dat ik men auto bedat noôit was wilt niet zejgge dat den God maar deres effe vaiftig liter koffie mag late regene op men auto. En ik denk wel datter den meer benne die niet echt blaid weze zalle, en den roepe gane van: "Héjje God, zô kennie wel weer denk?! Houw deres effe mee op zeg!"
En zô is den 't leve affetoe hier in de stad. 't Ken vrieze, en 't ken doôie. Murrege weer te werk.
|